Kerkstraat 106 9050 Gentbrugge
info@refibo.be
+32 9 223 31 54
ma-vr: 9:00-13:00, 13:30-17:00

Voordeel van alle aard bedrijfswagens de hoogte in

Voordeel van alle aard bedrijfswagens de hoogte in

  • On 29/12/2011

Vroeger werd het voordeel alle aard bepaald in functie van de afstand woon-werk en de CO2-uitstoot van de wagen. De nieuwe berekeningswijze, op basis van de cataloguswaarde en de CO2-uitstoot, zal ervoor zorgen dat de meeste bedrijfswagens duurder worden.

Bij de werknemer

Door de invoering van de nieuwe regel door de Wet van 28 december 2011 is het niet meer nodig om voor de waardering van dit voordeel van alle aard (VAA) nog rekening te houden met de afstand woonplaats-werkplaats. De CO²-uitstoot van de wagen blijft, net als voorheen, ook in de nieuwe regel een rol spelen. Voortaan is de cataloguswaarde de nieuwe factor waarmee rekening moet worden gehouden.

De formule ziet er dus als volgt uit:

VAA = [Cataloguswaarde] * [Ouderdomscoëfficiënt] * [6/7] * [CO²-coëfficiënt]

Cataloguswaarde. Onder de ‘cataloguswaarde’ wordt de catalogusprijs van de wagen in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier verstaan. Hierbij moeten ook de opties worden gerekend en de werkelijk betaalde btw. Er wordt echter géén rekening gehouden met eventuele kortingen, prijsverminderingen, rabatten of ristorno’s.

Let op! Als de catalogusprijs door een al dan niet tijdelijke, promotionele actie wordt verlaagd, mag met deze lagere prijs rekening worden gehouden. Hetzelfde is van toepassing als door een promotie de auto wordt voorzien van een optiepakket tegen dezelfde prijs als voorheen zonder dit pakket. Wel zijn de voorwaarden hiervoor de volgende:

  • De constructeur/invoerder moet de (tijdelijke) prijs of de auto met dit specifieke optiepakket opnemen als nieuwe catalogusprijs in diens prijslijsten.
  • Deze nieuwe prijs is algemeen van toepassing bij de verkoop aan particulieren.

Als er bij de bestelling van een nieuwe bedrijfswagen door de verkoper een prijsgarantie wordt gegeven, geldt de catalogusprijs van de wagen zoals die van toepassing is op het ogenblik van de bestelling van dat voertuig in nieuwe staat. In het geval er geen prijsgarantie wordt gegeven, moet men rekening houden met de “catalogusprijs in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier zoals die van toepassing is op het ogenblik van de facturatie van dat voertuig in nieuwe staat”.

Ouderdomscoëfficiënt. Zoals gezegd, moet deze cataloguswaarde aangepast worden met een ouderdomscoëfficiënt. Zo wordt er rekening gehouden met de periode die is verstreken vanaf de datum van de eerste inschrijving van de wagen. Vanaf het tweede jaar na inschrijving daalt de waarde van de wagen jaarlijks met 6% tot minimaal 70% van de cataloguswaarde.

De coëfficiënten zijn dus de volgende:

Periode verstreken sinds de eerste inschrijving van het voertuig (een begonnen maand telt voor een volledige maand)

Bij de berekening van het voordeel in aanmerking te nemen percentage van de cataloguswaarde

Van 0 tot 12 maanden

100%

Van 13 tot 24 maanden

94%

Van 25 tot 36 maanden

88%

Van 37 tot 48 maanden

82%

Van 49 tot 60 maanden

76%

Vanaf 61 maanden

70%

CO²-coëfficiënt. Het CO²-basispercentage bedraagt 5,5% voor een referentie-CO²-uitstoot van:

  • 115g/km voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor.
  • 95g/km voor voertuigen met een dieselmotor.

De minimum coëfficiënt van 4% is ook van toepassing op elektrische wagens. Wetende dat de aankoopkost van een elektrische wagen een stuk hoger ligt dan die van een gewone wagen en dat de maximumbedragen, zijnde € 500 of € 750, afhankelijk van de afstand woon-werk niet meer van toepassing zijn, zal het voordeel van alle aard fors toenemen voor elektrische wagens. Hierdoor verliezen ze een deel van hun aantrekkelijkheid als bedrijfswagen. Wanneer de uitstoot van het betrokken voertuig hoger ligt dan de hierboven vermelde referentie-CO²-uitstoot wordt het basispercentage met 0,1% per extra CO²-gram vermeerderd, tot maximum 18%.

Wanneer de uitstoot van het betrokken voertuig lager ligt dan de hierboven vermelde referentie-CO²-uitstoot wordt het basispercentage met 0,1% per CO²-gram verminderd, tot minimum 4%.

De minimum coëfficiënt van 4% is ook van toepassing op elektrische wagens. Wetende dat de aankoopkost van een elektrische wagen een stuk hoger ligt dan die van een gewone wagen en dat de maximumbedragen, zijnde € 500 of € 750, afhankelijk van de afstand woon-werk niet meer van toepassing zijn, zal het voordeel van alle aard fors toenemen voor elektrische wagens. Hierdoor verliezen ze een deel van hun aantrekkelijkheid als bedrijfswagen.

Verkeert u in het geval dat er geen gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de CO²-uitstoot bij de dienst voor inschrijving van de voertuigen? Dan worden de wagens, aangedreven door een LPG-, benzine- of aardgasmotor, gelijkgesteld met de wagens met een uitstoot van 205g/km. Wagens, aangedreven met een dieselmotor, worden in dit geval gelijkgesteld met wagens met een uitstoot van 195g/km.

Het voordeel mag nooit minder bedragen dan € 1 200 (aanslagjaar 2013). Ook deze ondergrens zal jaarlijks herzien/geïndexeerd worden.

Bij de werkgever

Op de voordelen van alle aard die toegekend werden sinds 1 januari 2012 moet 17% van het toegekende voordeel als verworpen uitgave in de aangifte worden opgenomen. Voor de berekening van deze verworpen uitgave is het wel toegestaan om de persoonlijke bijdrage van de genieter af te trekken van het voordeel, alvorens de 17% erop te berekenen. Concreet betekent dit dat dit deel belast zal worden tegen de algemene tarieven van de vennootschapsbelasting. In de vennootschapsbelasting komt deze extra belasting bovenop de reeds bestaande aftrekbeperkingen inzake brandstofkosten (75%) en andere autokosten (gedifferentieerd aftrekpercentage in functie van de CO2-uitstoot en het gebruikte brandstoftype – variërend van 50% voor de meest vervuilende wagens tot 120% voor de elektrische wagens).

Deze verworpen uitgave is tevens een minimumbelasting voor de vennootschap. Het is namelijk zo dat er op deze verworpen uitgave geen aftrekken mogen worden toegepast. De vennootschap zal hier dus steeds op belast worden, terwijl verliezen van het jaar zelf, vorige verliezen, definitief belaste inkomsten, notionele interestaftrek, investeringsaftrek enzovoort hier niet van aftgetrokken mogen worden.