Kerkstraat 106 9050 Gentbrugge
info@refibo.be
+32 9 223 31 54
ma-vr: 9:00-13:00, 13:30-17:00

Onterven aangepakt

Onterven aangepakt

  • On 26/02/2013

Vroeg of laat wordt iedereen wel eens geconfronteerd met het erfrecht. Daarom is het belangrijk dat als er zich hierin wijzigingen voordoen, u daarvan op de hoogte wordt gebracht. Op 11/01/2013 werd er een wetswijziging gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad die het onterven via een levensverzekering aanpakt. Wat is er veranderd?

Inbreng en inkorting. Om te begrijpen wat deze wetswijziging inhoudt, is het nodig twee begrippen even toe te lichten, nl. ‘inbreng’ en ‘inkorting’. Wanneer u een schenking doet tijdens uw leven met de bedoeling iemand al een voorschot te geven op zijn erfdeel wanneer u komt te overlijden, is het begrip ‘inbreng’ van belang. Inbreng betekent dat wanneer u overlijdt, er rekening wordt gehouden met het geschonken voorschot om de erfenis gelijk over de erfgenamen te verdelen. Stel, u heeft € 100 000 en 2 kinderen. Tijdens uw leven heeft kind 1 het financieel wat moeilijker en u schenkt hem reeds een som van € 30 000 euro. Bij uw overlijden moet er rekening worden gehouden met dit voorschot en krijgt kind 1 slechts € 20 000 euro, terwijl kind 2 € 50 000 erft. Uitkomst is dat beide kinderen een gelijk deel hebben gekregen (elk € 50 000). Heeft u als schenker echter de bedoeling om kind 1 te bevoordelen t.o.v. kind 2, zodat hij de som van € 30 000 extra krijgt bovenop zijn erfdeel, dan doet u een ‘schenking buiten erfdeel’. In dat geval komt er geen inbreng aan te pas. Wel is hier het fenomeen van de inkorting aan de orde. Bepaalde erfgenamen hebben recht op een minimaal erfdeel, de reserve genoemd. Wordt door een schenking die reserve aangetast en krijgt een erfgenaam dus minder dat dit wettelijk voorziene minimum, moet inkorting plaatsvinden. De schenking wordt dan verminderd met het deel dat de benadeelde erfgenaam te weinig heeft gekregen. Wanneer u dus bij uw overlijden een bedrag van € 100 000 en 2 kinderen nalaat, heeft u slechts een beschikbaar deel ten belope van 1/3de van deze € 100 000, zijnde € 33 333,33. Als u tijdens uw leven kind 1 reeds € 40 000 schonk, heeft u dit beschikbare deel overschreden met € 6 666,66 (€ 40 000 – € 33 333,33) en kan kind 2 een vordering tot inkorting indienen bij de rechtbank om zo het aangetaste deel van hun reserve terug te krijgen. Kind 2 zal in dit voorbeeld € 3 333,33 van kind 1 kunnen terugvorderen.

Onterven via de levensverzekering. Vóór de wetswijziging, was het zo dat u een kind kon onterven door gebruik te maken van een levensverzekering. U stopte uw geld dan in een levensverzekering die bij uw dood een kapitaal uitkeert aan de begunstigde. Dit kapitaal kwam namelijk niet in aanmerking voor inbreng of inkorting. Immers, Artikel 124 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst stelde dat ingeval van overlijden van de verzekeringnemer, de reservataire erfgenamen slechts de inkorting van de betaalde premies kunnen vragen als deze kennelijk buiten verhouding staan tot de algemene vermogenstoestand van de erflater. Dit is een zware bewijslast op de schouders van het benadeelde kind uiteraard. De kans is bijgevolg groot dat deze laatste minder krijgt dan zijn reservatair deel.

Onterven is niet meer mogelijk. Zoals gezegd, is deze wet aangepast en zal het voor de overlijdens na 21/01/2013 niet meer mogelijk zijn een kind te onterven via deze hoger geschetste techniek. Het nieuwe Artikel 124 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst stelt immers dat er enkel sprake kan zijn van inbreng indien de verzekeringnemer dit uitdrukkelijk heeft bedongen. Het schenken via een levensverzekering wordt dus gezien als een schenking buiten erfdeel. Ten slotte stelt dit nieuwe artikel dat in geval van overlijden van de verzekeringnemer, het uitgekeerde kapitaal onderworpen is aan inkorting. Vanaf nu zal het benadeelde kind dus wel inkorting kunnen vragen wanneer zijn reservatair deel is aangetast door de levensverzekering.